Fiscaal co-ouderschap vanaf 2017 uitgebreid tot meerderjarige kinderen

gepost op 13 januari 2017, 13:46 in

Gedeelde huisvesting en ouderlijk gezag

Bij fiscaal co-ouderschap kunnen ex-partners de verhoging van de belastingvrije som voor hun gemeenschappelijke kinderen gelijk onder elkaar verdelen. Elk van hen krijgt de helft van de verhoging van de belastingvrije som.

Dat komt voor aanslagjaar 2017 (inkomsten 2016) neer op:

  • voor één kind: elk 760,00 EUR (1/2 van 1.520,00 EUR) 
  • voor twee kinderen: elk 1.950,00 EUR (1/2 van 3.900,00 EUR)
  • voor drie kinderen: elk 4.370,00 EUR (1/2 van 8.740,00 EUR) • voor vier kinderen: elk 7.070,00 EUR (1/2 van 14.140,00 EUR)

Er zijn twee essentiële voorwaarden:

  1. de huisvesting van de kinderen moet gelijkmatig verdeeld worden tussen beide ouders en
  2. de ex-partners moeten gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen over de kinderen.

De gelijkmatige verdeling van de huisvesting moet voortvloeien uit een overeenkomst tussen de ouders waarin ze vermelden dat ze de huisvesting en de belastingvrije som gelijkmatig willen verdelen (de overeenkomst moet uiterlijk op 1 januari van het aanslagjaar worden geregistreerd of door een rechter worden gehomologeerd) ofwel uit een uiterlijk op 1 januari van het aanslagjaar uitgesproken rechterlijke beslissing.

Knelpunt voor meerderjarigen: gezamenlijke uitoefening ouderlijk gezag

Volgens het Burgerlijk Wetboek zijn enkel minderjarige kinderen onderworpen aan het ouderlijk gezag. Aangezien het “gezamenlijk uitoefenen van het ouderlijk gezag” een cruciale voorwaarde is om co-ouderschap te kunnen toepassen en meerderjarige kinderen niet aan het ouderlijk gezag onderworpen zijn, is fiscaal co-ouderschap over meerderjarige kinderen uitgesloten.

De verhoging van de belastingvrije som gaat dan automatisch naar de ouder bij wie het kind officieel gedomicilieerd is. Het kind maakt op 1 januari van het aanslagjaar immers deel uit van het gezin van die ouder = voorwaarde om kind ten laste te zijn.

Aanpassing van de regels

Om aan deze situatie te verhelpen, werd de verwijzing naar de “gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag” geschrapt. In plaats daarvan verwijst de fiscale wet nu naar de onderhoudsplicht van ouders tegenover hun kinderen uit artikel 203 van het Burgerlijk Wetboek. Op basis van deze plicht moeten ouders naar evenredigheid van hun middelen instaan voor de huisvesting, het levensonderhoud, de gezondheid, het toezicht, de opvoeding, de opleiding en de ontplooiing van hun kinderen. Het Burgerlijk Wetboek bepaalt specifiek dat die onderhoudsplicht niet stopt bij meerderjarigheid van het kind, maar verder loopt tot na de meerderjarigheid van het kind indien deze zijn/haar opleiding nog niet voltooid heeft.

Vanaf 2017 zullen dus ook meerderjarige kinderen onder fiscaal co-ouderschap van hun ouders kunnen vallen.
Er verandert Nota bene niets aan de voorwaarde van de gelijkmatige verdeling van de huisvesting.

Nota bene: niet combineren met de aftrek van onderhoudsuitkeringen

Ten slotte brengen we nog even in herinnering dat co-ouderschap niet gecombineerd kan worden met de aftrek van onderhoudsuitkeringen. Als ex-partners voor co-ouderschap hebben gekozen en één van beide toch nog onderhoudsuitkeringen voor de kinderen betaalt, kan hij die niet aftrekken. De ex-partners kunnen dus best nagaan wat financieel het interessantste is: de belastingvrije som verdelen of het onderhoudsgeld aftrekken.