In de zomer van 2017 werd met trom de grote hervorming van de vennootschapsbelasting aangekondigd. Een hervorming in verschillende fases waarvan de laatste fase dit jaar start vanaf 1 januari 2020.

Dit zijn de belangrijkste wijzigingen. 

Gewijzigde afschrijvingsregels

De hervorming wijzigt het systeem van de afschrijvingen op twee vlakken.

Vooreerst behoort de mogelijkheid om degressief af te schrijven tot het verleden. De afschrijvingswijze van bestaande investeringen blijft evenwel onveranderd.

De mogelijkheid voor kleine vennootschappen om de aankoopkosten volgens een eigen ritme af te schrijven valt weg. Voortaan moeten deze kosten volgens de hoofdsom of ineens 100% afgeschreven worden. Voorts geldt voor alle vennootschappen de prorateringsregel vanaf aanschaffingsdatum en vanaf 1 januari 2020. 

De Investeringsaftrek

De verhoogde investeringsaftrek van 20% voor KMO’s en eenmanszaken op sommige nieuwe activa die zijn verkregen of tot stand gebracht in de periode 01/01/18 - 31/12/2019, is afgeschaft. Het gewone tarief bedraagt opnieuw 8%.

De autokosten

Het principe “hoe meer uitstoot, hoe minder kostenaftrek” blijft behouden. De hervorming wijzigt de berekeningswijze waardoor voortaan de aftrekbaarheid wordt berekend a.d.h.v. de gramformule (120% - (0,5% x coëfficiënt x aantal gram CO2/km)).

Voor een dieselvoertuig bedraagt de coëfficiënt 1,00, voor een benzinewagen 0,95 en voor een voertuig op aardgas en met minder dan 12PK is de coëfficiënt vastgelegd op 0,90.

De uiteindelijke aftrekbaarheid zal meestal schommelen tussen 50% en 100%. CO2 gr/km boven de 200 gram is de aftrekbaarheid maar 40%. Ook de brandstof wordt op dezelfde wijze beperkt (i.p.v. 75%).

Een hybride auto heeft twee motoren, m.n. een elektromotor (batterij) en een verbrandingsmotor. Bij een valse hybride wordt naar de CO2-uitstoot gekeken van het overeenstemmende voertuig met dezelfde verbrandingsmotor (bv. benzine).

Deze nieuwe berekeningswijze heeft uiteraard ook zijn impact op het voordeel van alle aard. 

Het vernieuwde tarief in de vennootschapsbelasting zonder crisisbijdrage

Het basistarief in de vennootschapsbelasting bedraagt 25% vanaf 2020.

Het KMO – tarief verlaagt naar 20% op de eerste schijf van 100.000 euro mits er voldaan wordt aan verschillende voorwaarden. De belangrijkste voorwaarde is dat 1 bedrijfsleider, natuurlijk persoon, een minimale bezoldiging krijgt van 45.000 euro (VAA incl.) bij voldoende winst. 

Het mobiliseren van vrijgestelde reserves

Vennootschappen worden aangemoedigd om de vrijgestelde reserves die bestonden voor de belastbare tijdperken die afsluiten voor 1 januari 2017 om te zetten in gewone belastbare reserves. Een tijdelijke maatregel voor de komende 2 jaar waarbij deze omzetting een verlaagd tarief van 15% geniet. Een bijkomende tariefverlaging tot 10% wordt bekomen onder bepaalde voorwaarden.

Zo moet het gaan om een afschrijfbare investering in materiële of immateriële vaste activa die niet geldt als herbelegging voor de gespreide belasting van meerwaarde.

De toepasselijkheid van deze maatregel kent geen mogelijkheid tot fiscale aftrekken of verrekening van voorheffingen. De verhoging wegens onvoldoende voorafbetalingen blijft eveneens van toepassing. 

De marktrente van uw rekening-courant

Indien een bedrijfsleider in zijn vennootschap een rekening-courant heeft met een creditsaldo, dan brengt deze R/C intresten op in hoofde van de bedrijfsleider. Interesten waarvan de mate van de aftrekbaarheid gelinkt worden aan de hoogte van de marktrentevoet. De intrestvoet moet marktconform zijn. Is dit niet zo, dan is de herkwalificatie in dividenden onvermijdelijk.

Om de discussie, over al het dan niet marktconforme intrestvoetpercentage, af te schaffen, heeft de wetgever nu het tarief gedefinieerd, m.n. de MFI-rente verhoogd met 2,5% (wel jaarlijks te bepalen). Deze maatregel geldt voor de interesten verworven na 31 december 2019.

Voor 2020 bedraagt de marktrente voor creditinteresten op een rekening-courant 4,06%