Een hervorming van de liquidatiereserve? Sneller aan uw geld, maar tegen een hoger tarief.
Kmo-ondernemers die via hun vennootschap fiscaal voordelig geld opzijzetten in een liquidatiereserve, staan voor een belangrijke keuze. Vanaf 1 juli 2025 treedt normaal een nieuwe regeling in werking die het mogelijk maakt om die reserves sneller uit te keren, maar wel tegen een iets hogere belastingdruk.
Sneller aan uw geld via de liquidatiereserve.
Sinds 2014 kunnen kmo-vennootschappen jaarlijks een deel van hun winst reserveren in een zogeheten liquidatiereserve. Dit is een soort spaarpot waarmee u zichzelf later op een fiscaal gunstige manier een dividend kunt uitkeren. U betaalt bij het aanleggen van die reserve 10 procent extra vennootschapsbelasting, maar in ruil geniet u bij uitkering van een verlaagde roerende voorheffing. Wacht u tot bij de vereffening of stopzetting van uw vennootschap, dan is er zelfs helemaal geen roerende voorheffing verschuldigd.
Tot nu toe gold een wachttermijn van vijf jaar: wie zijn liquidatiereserve ná die termijn uitkeerde, betaalde slechts 5 procent roerende voorheffing. Dat resulteerde in een totale belastingdruk van 13,64 procent. Bij vervroegde uitkering binnen die vijf jaar liep het tarief op tot 20 procent.
Wat kan er veranderen vanaf 1 juli 2025?
In uitvoering van het federale regeerakkoord zouden de regels voor de liquidatiereserve en het zogeheten VVPR-bis-regime (een andere fiscale gunstregeling voor dividenden) geharmoniseerd worden. Concreet zou de wachttermijn voor beide systemen ingekort worden tot drie jaar. Dat betekent dat u vanaf 1 juli 2025 liquidatiereserves al na drie jaar zou kunnen uitkeren in plaats van vijf.
Maar er is een keerzijde: de roerende voorheffing stijgt van 5 naar 6,5 procent. Dat brengt de totale belastingdruk op 15 procent – hetzelfde tarief als onder het VVPR-bis-systeem.
Keuzemogelijkheid voor bestaande reserves.
De hervorming geldt niet alleen voor nieuw aan te leggen liquidatiereserves. Ook bestaande reserves zouden in aanmerking komen voor versnelde uitkering, mits ze op 1 juli 2025 minstens drie jaar oud zijn. U krijgt dan de keuze:
- Ofwel houdt u vast aan de oude regeling en wacht u vijf jaar, zodat u 5 procent roerende voorheffing betaalt.
- Ofwel kiest u voor het nieuwe systeem en keert u al na drie jaar uit tegen 6,5 procent.
Een voorbeeld: uw vennootschap legde in 2020 een liquidatiereserve aan. Vanaf 1 juli 2025 is deze drie jaar oud en mag u ze dus uitkeren tegen 6,5 procent. Maar wacht u nog zes maanden tot 1 januari 2026 – wanneer de termijn van vijf jaar vol is – dan betaalt u slechts 5 procent. Een verschil van 1,36 procent belasting, dat op grotere bedragen aanzienlijk kan zijn.
Rekenvoorbeeld.
Uw vennootschap legde in 2019 een reserve van 10.000 euro aan. Bij aanlegging betaalde uw vennootschap 10 procent belasting (1.000 euro). Bij uitkering na vijf jaar betaalt u 5 procent roerende voorheffing op het brutobedrag van 10.000 euro (500 euro). U houdt dan 9.500 euro over, terwijl het uw vennootschap in totaal 11.000 euro heeft gekost. De totale fiscale druk: 13,64 procent.
Bij een uitkering na drie jaar tegen 6,5 procent houdt u netto 9.350 euro over. De belastingdruk loopt dan op tot 15 procent.
Is sneller uitkeren dan zinvol?
Het antwoord hangt af van uw concrete situatie. Heeft u het geld dringend nodig, dan kan de nieuwe regeling interessant zijn: u kunt sneller aan uw geld, en het tarief blijft gunstiger dan de gewone dividendbelasting van 30 procent. Heeft u het geld echter niet onmiddellijk nodig, dan loont het de moeite om te wachten tot de vijf jaar verstreken zijn. Zo bespaart u 1,36 procent belasting.
Een bijkomende kanttekening: u moet steeds de oudste liquidatiereserve eerst uitkeren. U kunt dus niet kiezen om die van 2021 eerder uit te keren dan die van 2020, als deze laatste nog niet is uitbetaald.
Voorwaarden bij dividenduitkering.
Wilt u een liquidatiereserve uitkeren volgens het nieuwe systeem, dan is een bijkomende algemene vergadering vereist. De gewone jaarlijkse algemene vergadering vindt meestal vóór 30 juni plaats. U mag het dividend voor een versnelde uitkering dus niet op die vergadering toekennen, want dan geldt het oude – en hogere – tarief van 20 procent, zelfs als de uitbetaling pas na 1 juli gebeurt. De datum van toekenning is immers bepalend voor het tarief.
Nieuw regime voor toekomstige reserves
Voor liquidatiereserves die vanaf 1 januari 2026 worden aangelegd, zou uitsluitend de nieuwe regeling gelden: een wachttermijn van drie jaar en een roerende voorheffing van 6,5 procent. De oude regeling met vijf jaar wachten en 5 procent belasting zou volledig verdwijnen.
Conclusie: bekijk het met uw accountant. De eventuele hervorming van de liquidatiereserve biedt u als kmo-ondernemer meer flexibiliteit, maar vereist ook strategisch denkwerk. Wilt u sneller geld uit uw vennootschap halen, dan kan het nieuwe regime vanaf juli 2025 een aantrekkelijker alternatief bieden dan vroeger. Maar wie nog even geduld heeft, kan fiscaal voordeliger uitkeren.